INSTITUTO
CERVANTES BENELUX ENGLAND AND
WALES
Opleiding en Training, Werving
en Selectie, Management, Business Consultancy, Reizen, Vertaalservice, Tolkenservice, Public Relations, Communicatie, Publishing, Spaans in Spanje, Amerika, Ondernemerschap, Luchtvaart, Automatisering, Internet, Productions, Verzekeringen, Hotels, Bankbedrijf, Voetbal, Prinses Diana Stadion, Televisie, Onroerend goed
31 januari 2001. Betreft: HOOGTIJD
Kenmerk: JH/HdK20010131.
Nijmegen, woensdag 31 januari 2001. Beste Herman, In verband met het vijftigjarig
bestaan van de toneelvereniging Ernst & Luim op 26 juli 2002
ben ik gisteren in de geschiedenis van mijn vader zaliger gedoken.
Ter gelegenheid van zijn tachtigste verjaardag op 4 maart 1997 heb ik
het volgende verhaal van hem opgeschreven.
Floris van der
Heyden, één van de vele
Florissen van der Heyden die de Nederlandse geschiedenis heeft
voortgebracht, kon worden gekenmerkt als een man die altijd op
het rechte spoor bleef en nooit van zijn (tijd)schema afweek.
Ook een sterke figuur die ijs en weder dienende nimmer zijn plicht
verzaakte. Bijna veertig jaar heeft hij trouwe dienst bij de Nederlandse
Spoorwegen vervuld en hij was in het hele land bekend onder zijn
collega's.
Bekend was hij ook van de toneelvereniging
Ernst en Luim, waarvan hij een van de oprichters was. Op 24 oktober
1992 ontving hij "als blijk van grote waardering waarop hij
zich veertig jaar aan het amateurtoneel had gewijd" van het
Bestuur van de Nederlandse Vereniging voor Amateurtheater NCA
het gouden NCA-insigne met oorkonde.
Floris van der Heyden werd op
4 maart 1917 als derde kind van het echtpaar Willem Frederik van
der Heyden en Johanna Wilhelmina Coeleman geboren in de helft
van een vrijstaand huis aan de Hazenkampseweg, dat toen nog in
de gemeente Hatert was gelegen. Willem Frederik was werkzaam bij
de Nederlandse Spoorwegen dat drie jaar eerder was voortgekomen
uit een fusie van het Staatsspoor, de Hollandse IJzeren Spoorweg
Maatschappij en de Noordbrabant-Duitse Spoorweg Maatschappij (NBDS).
Willem Frederik had zich in de tijd dat de Duitse Kaiser
Wilhelm zich aan de andere zijde van de grens in een wereldwijd
oorlogsavontuur had gestort in het landelijke gebied buiten de
Nijmeegse stadsgrenzen gevestigd.
Aangezien de familie Van der
Heyden van oudsher uit landeigenaren bestaat, zal Willem Frederik
hiervan ook enkele percelen hebben verkregen in het gebied dat
thans bekend staat als 'de Goffert'.
Van 1923 tot 1930 bezocht Floris
de zevenjarige Nederlands Hervormde lagere school aan de Hazenkampseweg.
In die tijd studeerde hij ook Esperanto. Gedurende het studiejaar
1929-1930 nam hij deel aan een examen waaraan zeshonderd kandidaten
deelnamen. Als de op vijf na beste kandidaat van Nederland ontving
hij bij die gelegenheid een gouden tientje, hetgeen in die crisisjaren
een behoorlijke som gelds vertegenwoordigde. Moeder Johanna Wilhelmina
heeft daarbij van de nood een deugd gemaakt door van dit geld
het nodige schoeisel aan te schaffen. Want breed had men het niet
in die tijd. In 1928 was ten
gevolge van de beurscrash van New York in één dag
de gehele wereldeconomie ingestort. Wereldwijd waren er miljoenenontslagen
gevallen. Bij de spoorwegen werden loonsverlagingen doorgevoerd,
maar er waren daar, gelukkig voor de inmiddels naar de Weezenlaan
verhuisde familie Van
der Heyden geen ontslagen doorgevoerd.
In die tijd voerde Floris een
wereldwijde correspondentie met esperantisten in onder meer Tsjecho-Slowakije,
Japan, Indonesië
en Denemarken.
Tijdens de Tweede
Wereldoorlog is deze correspondentie verloren gegaan.
Van 1930 tot 1933 volgde Floris
een opleiding in het voor die tijd geldende 'vak van de toekomst'
tot electrotechnicus. Hoewel meer een talenmens dan een technicus
is deze opleiding hem later goed van pas gekomen bij zijn opleidingen
tot machinist bij de Nederlandse
Spoorwegen. Voor die tijd werkte hij in de periode 1933-1942
eerst bij zijn eerste baas, het installatiebedrijf Hüting
aan de Van Welderenstraat te Nijmegen. Zijn aanvangssalaris was
1 gulden per week. Nadien werkte hij onder meer bij Willem Smit
Transformatoren. Hier maakte hij ook deel uit van een muziekensemble
en blies bij talloze festiviteiten zijn partij stevig mee op trompet
of pyston. Na twee jaar dienst
te hebben gedaan bij het Gemeente Electriciteits Bedrijf tegen
een weeksalaris van 17 gulden, werkte Floris, in de tijd van de
mobilisatie, bij de firma Electron uit Breda als electrotechnicus
aan de inrichting van de Nijmeegse kazernes. Hij verdiende daar
12 gulden per week. Het was geen gemakkelijke tijd. Aan de andere
zijde van de grens had de Nationaal-Socialistische
Arbeiders Partij van Adolf
Hitler vanaf 1933 de macht stevig in handen gekregen en vanaf
1940 behoorde Nijmegen volledig tot het Duitse Rijk. Ook de Nederlandse
Spoorwegen maakten deel uit van de Deutsche
Reichsbahn. In 1942 solliciteerde Floris bij de Spoorwegen.
Hij werd op 13 juli door depotchef Bakhuis aangenomen op basis
van een arbeidscontract van een jaar. Dit contract werd twee keer
verlengd. Eerst in 1945 ontving hij een vaste aanstelling met
een jaarwedde van fl. 1698,17.
Hij is bij de spoorwegen begonnen
als leerling-machinist. Direct 'op de machine', stoken en onderhoud,
olie smeren. Het was nog de periode van de stoomlokomotieven waarbij
het vuur voortdurend opgestookt moest worden met de cokes die
in de 'tender' werd meegevoerd. De kolen ging hij zelf halen in
Susteren.
Verder gingen zijn eerste ritten naar Zwolle,
Roosendaal
en Duitsland.
Goederenvervoer naar Kleve,
Krefeld en
Köln, personentreinen
naar Duisburg
via Kleve,
Bedburg-Hau,
Kalkar, Xanten en Mörs.
De treinen van deze Deutsche
Reichsbahn waren in die oorlogsjaren voortdurende doelwitten
van geallieerde bombardementen en Floris was regelmatig genoodzaakt
zijn loc te verlaten en dekking te zoeken tegen de eieren die
door de geallieerden werden gelegd. Hij heeft verschillende bombardementen
meegemaakt. Vanaf de linker Rijnoever in Neuss
was hij er getuige van hoe de stad Düsseldorf
aan de overzijde van de rivier door de geallieerde vliegtuigen
met de grond gelijk werd gemaakt. Rond 1944 werd tijdens het verblijf
in de schuilkelder zijn trein volledig met fosforbommen vernietigd.
Pa vertelde mij "Het werd met de dag erger. Als het erg was
zetten we de trein stil en vlogen het land in. Elst
werd veel gebombardeerd. De Duitsers vlogen het hardst de trein
uit. De geallieerden hadden het voornamelijk op de locomotieven
voorzien. Het spoorvervoer moest lamgelegd worden".
Zo kon Floris nog wel uren doorpraten
over de ervaringen die hij tijdens de Tweede
Wereldoorlog tijdens zijn spoorwegloopbaan heeft meegemaakt.
Zo heeft hij mij tal van verhalen verteld toen wij tijdens mijn
familie-onderzoek ritten maakten naar de prachtige streek rond
Kleve,
Heyden,
Anholt, Rheede,
Wesel,
Raesfelt en Münster.
Ik zie hem nog rijden in zijn stalen ros door de dreven van Westfalen. Het
zijn prachtige herinneringen aan mijn vader Floris waarover hij
zo veel kon vertellen. Veel heeft hij meegemaakt. Ook de spoorbrug
bij Nijmegen
is opgeblazen en hij is aan een wisse dood ontsnapt toen hij door
Britse militairen erop werd gewezen dat hij dwars door een mijnenveld
liep. Ook zijn betrokkenheid bij de bevrijding is intensief geweest.
Nijmegen werd
al bevrijd op 17 september 1944. Mijn ouders waren op 6 mei daaraan
voorafgaand in het huwelijk getreden. Op
die zeventiende september woonden mijn ouders in het oostelijke
deel van de stad. Niet ver van waar thans het standbeeld staat
van Jan van Hooff, die de Waalbrug heeft gered. Hij is van dezelfde
familie als mijn grootmoeder van moeders' zijde. Het front liep
vlak langs hun huis. De Duitsers lagen aan de oostzijde van de
Oranjesingel en de geallieerden aan de westzijde. De troepen stonden
onder commando van Veldmaarschalk
Montgomery. Ik kan mij 'Monty'
nog goed herinneren als kleine jongen toen hij enkele jaren later
de stad weer een keer bezocht. Hij woonde toen in Walcote
House bij Warwick.
In 1947 slaagde hij als machinist
voor de stoomtractie en kon zijn ijzeren ros - Loc 3737 - zelfstandig
door de Nederlandse dreven voeren. In 1951 slaagde hij voor zijn
examen tot machinist diesel-electrische tractie en in 1961 voor
de electrische tractie. Met zijn drie bevoegdheden stoom, diesel-electrisch
en electrisch kon Floris vanaf die tijd voor alle trajecten worden
ingezet. Gedurende zijn stoomperiode reed hij op Dordrecht,
Roosendaal,
Zwolle,
Heerlen en
met de goederentrein naar Rotterdam-Zuid
IJsselmonde. Met de diesel reed hij op Geldermalsen,
'Dordt',
Roermond,
Arnhem-Winterswijk
en Zutphen-Hengelo-Enschede. In
zijn 'electrische' tijdperk, van 1961 tot 1980 was hij permanent,
op de seconde exact, in de weer op de bestemmingen Zwolle,
Amsterdam,
Roosendaal
en Vlissingen.
Zijn thuishaven is gedurende zijn volledige loopbaan Nijmegen
gebleven. Op 1 november 1980 ontving hij zijn officiële ontslag.
Op 22 april daaraan voorafgaand had hij namens Hare
Majesteit de Eremedaille
in Zilver verbonden aan de Orde
van Oranje Nassau, nummer 127, ontvangen, voor zijn trouwe
dienst. Bij die gelegenheid sprak zijn personeelsmanager, de heer
Feldvis, in een korte plechtigheid de volgende woorden:
"Floris van der Heyden.
Het licht staat op groen. Dat is NS. Haal het doek maar op en
je zult tot de ontdekking komen dat het vanmorgen in een korte
bijeenkomst een blijspel is. Hartelijk welkom alleereerst aan
U mevrouw, die ik al welkom heb mogen heten, kinderen familieleden
en vrienden.... Jij bent één van die allerlaatsten
van - mag ik zeggen - van die hele oude hap. 63 jaar, bijna 38
dienstjaren. En wat heb jij niet achter de rug! Een hele spoorloopbaan,
waar ik nu niet op in zal gaan, maar waarvan ik mag vermelden
dat het een spoorwegloopbaan is geweest die zich door enkele bijzondere
zaken ten aanzien van jou heeft gekenmerkt. Een collega zei vanmorgen
zo treffend tegen mij " Als ik een zinnetje mag zeggen over
Floris van der Heyden, dan zou ik zeggen: Hij speelde wel toneel,
maar nooit geen komedie." .... Voor we dan in alle gezelligheid
en een beetje bijkomend, Van der Heyden, het officiële gedeelte
gaan afsluiten, eindig ik met een brief van de President Directeur,
die strict persoonlijk voor jou is."
Floris reageerde hierop met een
indrukwekkend persoonlijk dankwoord waarin hij aangaf nog nooit
zo voor een verrassing te hebben gestaan als die morgen. Hij zou
wel meer hebben willen vertellen, naar zijn zeggen, maar hij had
geen gelegenheid gehad "om deze rol van buiten te gaan leren".
Dit sluit wel zeer sterk bij zijn belevingswereld aan, want naast
zijn loopbaan bij de Nederlandse Spoorwegen heeft Floris van der
Heyden in 36 jaar bij de toneelvereniging Ernst
& Luim in 63 toneelstukken gedurende 457 voorstellingen
in de regel een hoofdrol voor zich opgeëist. Hij blonk vooral
uit in zijn sterke memorisatiecapaciteiten en zijn geweldige geheugen.
Hij heeft vele Nijmeegse burgers menige plezierige avond bezorgd
met deze expressieve vorm van liefdadigheidswerk.
Floris kan worden gekenmerkt
als een man met een zeer brede belangstelling, met name op het
gebied van politieke ontwikkelingen. In zijn jeugd sprak hij reeds
vloeiend Esperanto,
indachtig het ideaal van Zamenhof
en het thema "Alle Menschen werden Brüder". Dit
thema kwam ook terug in zijn voorliefde voor de klassieke muziek
- Beethoven
- met als verdere favoriete componisten Strauss,
Carl
Maria von Weber, Haydn
en bovenal Mozart.
Hoe kan het ook anders: Mozart
was een leerling van Haydn.
Deze Floris van Haydn heeft
het Nederlands-Duitse conflict van de eerste helft van de twintigste
eeuw dan ook als een gruwel ervaren. Hij was zeer aan het Westfaalse
land verknocht. Dit komt vooral tot uitdrukking in de reportage
van de Nijmeegse lokale TV-omroep 'Op dood spoor' (op video) waarin
Floris met zijn collega Schell de laatste treinrit van Nijmegen
naar Kleve maakte
op 1 juni 1991. Die reportage werd afgesloten met een gezang over
'Cleves bloemengaard'. De adellijke familie Van der Heyden-Rijnsch
is een Kleefse familie. Op 2 maart 1997 vierde Floris - de bloem van de heide
- zijn tachtigste verjaardag in eigen kring. Op 26 mei 1998 is hij in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis in Nijmegen vredig ingeslapen en drie
dagen later - op de trouwdag van Maurits en Marilène in Apeldoorn - op het Jonkerbos begraven.
De trein en het
toneel. Dat was het werkterrein van mijn vader zaliger. Ten behoeve
van het gedenkboek ben ik verschillende recensies nagelopen. Ik
trof daar een bekende naam ter gelegenheid van het 25-jarig jubileum.
MIJN OPRECHTE
GELUKWENSEN
aan de jubilerende Christelijke
Toneelvereniging 'Ernst en Luim' met de herdenking van haar 25
jaar bestaan.
Het doet mij deugd, dat 'Ernst
en Luim' gedurende zoveel
jaren als amateurvereniging recht overeind is gebleven in
een tijd van zich opdringende protessionele en semi
professionele vermaaks- en ontspanningsindustrie, al of niet via
de beeldbuis.
Er zullen zeker wel kortere perioden van een impasse zijn
geweest, maar de innerlijke kracht bleek steeds weer opnieuw
uit de cultureel hoogstaande genoegens, die de vereniging wist
te bieden.
Vandaar, dat er met recht en reden en zeker ook met gepaste
trots feest mag worden gevierd.
Ik wens u nog een groot aantal sterke jaren toe, waarin
U met veel genoegen en groot succes zult optreden, vooral
voor hen, die het blijspel in hun leven zo broodnodig hebben.
De Burgemeester van Ni jmegen,
Mr.
Th. M.J. de Graaf
Het doet mij
eveneens deugd deze informatie te hebben aangetroffen. Dit is
de vader van ons aller Thom
de Graaf uit Warmond, waar eveneens mijn collega Halbertsma woonachtig is geweest. Dat gaf
mij aanleiding om terug te blikken.
Voor zover mij
thans bekend stelt het logo van Ernst & Luim het Maltezer
Kruis voor van de Johanniter of Maltezer
Ridderorde.
Volgens het Nederlands
Adelsboek maken verschillende Van
der Heydens nog steeds deel uit van deze ridderorde,
waarvan de leden al vanaf de tijd van Godfried
van Bouillon (de la Bruyère) rond
het Jaar 1000
naar het Heilige
Land trokken om het Christendom te bewaken tegen de Moren. Ook tijdens de Spaanse
Reconquista trokken ze erop uit om de toenmalige
Spaanse
koningen bij te
staan in hun strijd voor
veilige Europese buitengrenzen. In deze traditie zijn wij opgegroeid.
In 1956 namen
mijn ouders mij al mee op vakantie naar Oostenrijk. Hetgeen
nog niet veel voorkwam in die tijd. Dit Maltezer kruis is
ook terug te vinden in het wapen van het kasteel De Engelenburg in Brummen. In 1965 maakte
ik met mijn ouders de laatste gezamenlijke reis naar Oostenrijk.
Hierna ging ik
veelal alleen in Europa op
stap, aangezien ik nog weinig jongelui kon mobiliseren om de reizen
met mij mee te maken. In 1967 ging
de reis vanuit Spanje naar Italië: Pisa, Rome, Napels, Capri, Paestum, de Vesuvius, Pompeï, Herculaneum, Firenze en Venetië.
Dit inspireerde
ons tot de deelname aan het toneelstuk In Het Witte Paard, een
Nederlandse bewerking van de Oostenrijkse operette Im Weissen Rössl.
In de zomer van
1968 vertrok
ik naar het Hart
van Spanje: Castilië.
In plaatsen als Toledo, El Escorial (Familiegraf van Karel V), Madrid en Segovia leerde ik het Spaanse Hof kennen, alsmede de schrijver Cervantes en zijn protagonista don
Quijote de la Mancha.
Tijdens die reis is mijn idee tot de oprichting van het Instituto
Cervantes Benelux
al geboren. Na afloop van mijn studie Spaans ben ik gestart met
het Frans-Spaans Instituut. In feite een vingeroefening voor
wat thans het Instituto
Cervantes Benelux
aan het worden is. Na die tijd heb ik nog vele reizen naar de
Spaanse
hoofdstad gemaakt.
Onder meer in verband met mijn samenwerking met het madrileense
instituut Sampere. In 1982 heeft dat er klaarblijkelijk toe
geleid dat een madrileense schilder mijn vader als don
Quijote heeft geschilderd. Ik kocht dit
schilderwerkje vorig jaar op de rommelmarkt van Fuengirola.
Dit jaar ontving
ik van Minister-President
Kok en zijn echtgenote
een nieuwjaarskaart met een afbeelding van een schilderij van
Jeroen
Bosch.
Dit was uitermate goed gekozen.
In de Spaanse musea als het Prado te Madrid en in het Escorial - het voormalige paleis van Koning
Philips II - zijn
tal van werken van deze schilder uit 's-Hertogenbosch te bewonderen. Gisteravond werd
ik geconfronteerd met tal van mededelingen op de televisie omtrent
de relatie van onze Kroonprins en mijn
beoogde beleidsmedewerkster uit Argentinië. Reden waarom ik vanmorgen al bijtijds
naar Arnhem ben vertrokken (9.41 uur). In het
blad Spits las ik onder meer Máxima-discussie barst los - Politiek
Den Haag neemt stelling in. Bij aankomst te
Arnhem werd mijn aandacht uiteraard getrokken
door de binnenkomende en vertrekkende Duitse ICE hogesnelheidstrein
naar Köln.
Daarna ben ik
direct naar het kantoor van Cadans gelopen aan de Utrechtseweg 40.
Ik ben daar te woord gestaan door de heer Van Soest.
Ten behoeve van zijn collega, mevrouw Croes, in de Winthontlaan
te Utrecht heeft
hij een kopie van mijn paspoort gemaakt, alsmede van mijn residencia uit Torremolinos (10.35).
In ons gesprek kwamen de plaatsen Málaga en
Marbella ter
sprake. Dit mede in verband met de overname van de voetbalclub
Vitesse door de Limited Company
Instituto Cervantes England & Wales.
Zijn vraag of
ik Mohamed
Al Fayed aansprakelijk
heb gesteld voor de dood van Prinses
Diana heb ik bevestigend
beantwoord. Ik heb hem laten weten dat ik dat al in de eerste
week van september 1997
heb gedaan middels een
faxbericht aan de Britse
Ambassadeur in 's-Gravenhage,
mevrouw Rosemary
Spencer op 15
september 1997.
Ook heb ik hem
laten weten dat ik mijn collega Drs. E.H. Halbertsma heb gemachtigd
terzake juridische stappen
tegen de heer Al
Fayed te ondernemen
in de vorm van een vordering
van rond de Hfl.180 miljoen,
zijnde het vermogen van de Prinses
van Wales op het
moment van overlijden. Ook heb ik de heer Van Soest
ter bevestiging kopieën
verstrekt van de brieven van de vorstenhuizen van Nederland, België,
Luxemburg,
Spanje,
en het Verenigd Koninkrijk, waaronder de laatste brief namens HRH the Prince of
Wales.
Ook een afschrift van mijn
brief uit Torremolinos d.d. 30 november 2000 heb ik hem verstrekt en nogmaals ondertekend met paarse inkt. Nadien heb ik een wandeling gemaakt door het Park
Sonsbeek.
Bij het ons bekende
kasteel Zypestein raakte
ik in gesprek met twee dames en twee heren uit Oosterhout bij Breda. Zij maakten op dat moment de NS-wandeltocht Stenen Tafel.
Reden om hen het verhaal te vertellen van Kareltje van der Heyden en de
Stenen Tafel. Ook heb ik hen laten weten dat
de oorspronkelijke Stenen
Tafel Tho Söllynck (Zuylen of Soelen) te vinden is in de plaats Heiden of
Heyden in
het Westmünsterland. Bovendien heb ik hen in kennis
gesteld van mijn in 1997
voorgenomen huwelijk met de Prinses van Wales op 28 september
van dat jaar op Paleis het Loo te Apeldoorn. Mede ten gevolge van mijn reis van Breda naar
Salamanca in
april
1996, alwaar toen
de vossenjacht een aanvang had genomen.
Tijdens de terugreis
van Arnhem naar Nijmegen las ik het blad Metro
en het artikel Prominent Nederland tegen komst
Jorge Zorreguieta. Dat
probleem is dus bij deze opgelost.
Voorts las ik NUON wil toch praten met Karel
Aalbers. Dit houdt in
dat de Limited
Company Instituto Cervantes England and Wales vanaf morgen eigenaar zal zijn
van de voetbalclub Vitesse als de heren Van Amstel en Aalbers conform mijn beleidsdoelstellingen
terzake hebben gehandeld. Dan nu de Telegraaf van vandaag.
1. Bank Cervantes USA
BANKVERZEKERAAR VERKOOPT
DEELTJE BARINGS VOOR $275 MILJOEN. ABN Amro doet graai in Amerikaanse
boedel ING. ING zal dus waarschijnlijk geen deel meer gaan uitmaken
van de toekomstige Bank
Cervantes. Dat geldt
uiteraard wel voor ABN-AMRO. Het hoofdbestuur van deze bank maakt
immers nog deel uit van het bestuur van de Stichting Cervantes
Benelux.
2. CERVANTESONLINE Ex
topman Oscar Appeldoorn keert terug bij Newconomy. Dit zijn weer interessante ontwikkelingen.
Ik heb er geen probleem mee als je thans delen uit mijn correspondentie
doorcommuniceert naar belanghebbende partijen. Ik ga vanavond
niet naar de bioscoop maar naar NEC
Nijmegen-RBC Roosendaal, als ze nog een kaartje hebben
voor de nieuwe eigenaar van
Vitesse
in spé. Ik
heb mij - om onnodige interventies te voorkomen - voorgenomen
vóór 18.00 nog geen contact met de Nijmeegse
Topclub op te nemen,
in afwachting van de verdere ontwikkelingen. Liefde is... ...het er samen van nemen. Dat bedoel ik maar, maar het woord
is thans aan de
MINISTER-PRESIDENT (LINKS)
CC
HdG
Het EERSTE
PAARSE KABINET van het KONINKRIJK
DER NEDERLANDEN.
Voorste rij van links naar rechts Minister
van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen JO
RITZEN, Minister
van Buitenlandse zaken HANS
VAN MIERLO, Minister-President
WIM
KOK, Oprichter Instituto
Cervantes JOHN
VAN DER HEYDEN,
Minister van Binnenlandse Zaken en Vice Premier HANS DIJKSTAL, Minister van Justitie WINNIE
SORGDRAGER, Minister
van Financiën GERRIT
ZALM. Achterste
rij van links naar rechts Minister van Volksgezondheid en Sport
ELS
BORST, Minister
van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij JOZIAS VAN AARTSEN, Minister van Verkeer en Waterstaat
ANNEMARIE
JORRITSMA, Minister
van Defensie JORIS
VOORHOEVE, Minister
van Economische Zaken HANS
WIJERS, Minister
van Sociale Zaken en Werkgelegenheid AD MELKERT en Minister van Ontwikkelingswerk
JAN
PRONK.
GOEDE
ZAKEN
Instituto Cervantes is legally registered at the Benelux Trade
Registrar under
deposit numbers 0508277 and 843323 in class 41: education, trainings
and courses and is a tradename of the Foundation
Cervantes Benelux
in Nijmegen, registered under number 41211928 of the Chamber of
Commerce of Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes Holding
is a member of the Baak-kring
Management Centre VNO-NCW.
Photograph ENGELENBURG
CASTLE, KINGDOM
OF THE NETHERLANDS.
Instituto Cervantes está legalmente depositado como marca
comercial en el
registro de marcas del Benelux-Bureau
voor de Intellectuele Eigendom bajo los números de depósito 0508277
y 843323 en clase 41: educación, enseñanza y cursos
y es un nombre comercial de la Fundación Stichting Cervantes
Benelux en Nimega,
inscrito bajo número 41211928 de la Cámara de Comercios
en Amsterdam (IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House Cardiff. Cervantes
Holding es miembro
del Baak-kring
Centro de Gestión
Empresarial del Patronal del Reino de los Países Bajos
VNO-NCW.
Foto arriba CASTILLO ENGELENBURG
EN BRUMMEN.
Instituto Cervantes is als handelsmerk wettig gedeponeerd bij het Benelux
Bureau voor de Intellectuele Eigendom onder depotnummers 0508277 en 843323 in klasse
41: onderwijs, opleidingen en cursussen en is een handelsnaam
van de Stichting
Cervantes Benelux
te Nijmegen, ingeschreven onder nummer 41211928 van de Kamer
van Koophandel te Amsterdam
(IBAN: NL91INGB0004729266 BIC: INGBNL2A). Instituto
Cervantes Limited
is registered for England and Wales under Company No. 3300636
at Companies
House, Cardiff.
Cervantes
Holding is lid van
de Baak-kring, Management Centre VNO-NCW.
La Corona de
la Casa
Real Española
sirve de símbolo de unidad de nuestros países y
muestra la Lealtad Histórica
como expresada en el himno nacional de los Países Bajos.
More information
at the website of Amazon.com, Wal-Mart and Trafford
Publishing Canada.
VANAF 16
OKTOBER 2004 HEEFT
DE OPRICHTER VAN DE STICHTING
CERVANTES BENELUX,
EIGENAAR VAN HET HANDELSMERK
INSTITUTO CERVANTES
IN DE BENELUX EN DE LIMITED
COMPANY INSTITUTO CERVANTES ENGLAND AND WALES - OP STRAFFE VAN EEN DWANGSOM -
EENIEDER WAAR OOK TER WERELD - VERBODEN GEBRUIK TE MAKEN VAN DE
BEELTENIS VAN ZIJN OP 31
AUGUSTUS 1997 TIJDENS
EEN ONTVOERINGSPOGING OM
HET LEVEN GEKOMEN PARTNER,
TENZIJ DIT BINNEN HET KADER VAN DE DOOR HEM VERSTREKTE VOLMACHTEN NADRUKKELIJK IS OVEREENGEKOMEN.
THE WORK CONTINUES
© J.L. VAN
DER HEYDEN TORREMOLINOS
ALLE RECHTEN VOORBEHOUDEN